Vier verhalen over de kern van het nieuwe EMA gebouw

Betonwapening vlechten, stalen ankers plaatsen, beton storten, de buitenkant gladstrijken: het is nog maar een hink-stap-sprong naar het hoogste punt van de kern van het nieuwe EMA gebouw. In de aanloop daar naartoe spraken wij met een kraanmachinist, bouwplaatsmanager, voorman en veiligheidskundige over hun werk.

De veiligheidskundige
Iedereen op de werkvloer ziet hem rondlopen en praten met mensen: Martijn van Donk, veiligheidskundige. ”Ik kijk of mensen op een veilige manier werken, we praten hierover met elkaar en ik geef advies.” Martijn legt uit wat veilig werken betekent. “Het betekent dat je bewust omgaat met risico’s. Stel je moet iets slijpen. Dan moet je eerst nadenken wat je slijpt, wat je daarvoor nodig hebt en welke aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen daar bij horen. Een veiligheidsbril? Of een gelaatscherm? Een ander voorbeeld is afzuiging als je moet boren. Is afzuiging niet mogelijk? Dan moet je een P3 mondkapje gebruiken.”

Veiligheidsbewustzijn
“Ik let dus op dit soort dingen,” vertelt Martijn. “Dat doe ik al in de voorbereidingsfase. Ze moeten van tevoren beschrijven hoe ze het werk gaan uitvoeren. En dan kijk ik op de werkvloer of iedereen het ook zo doet. Een stukje training en coaching van veiligheidsbewustzijn op de werkvloer.”

Veiligheid staat voorop
Volgend jaar november moet het nieuwe EMA gebouw klaar zijn. “Het unieke is dat we de deadline dus al weten,” zegt Martijn. “En dan vergt het een behoorlijk strakke hand en strakke planning.  Veiligheid staat daarbij voorop, ondanks de druk en de planning. Ik zie dat snelheid en veiligheid absoluut hand in hand gaan.”

Risico’s bij werken op hoogte
Werken op hoogte brengt risico’s met zich mee. Denk aan gruis dat valt, stukjes beton, boutjes en moertjes. “Daarom hebben we een bouwveiligheidszone ingesteld. Hoe hoger de toren wordt, hoe groter de bouwveiligheidszone wordt. Ik let erop dat er niemand in die zone komt. Door strak te plannen en te handhaven, kun je al heel veel dingen vóór zijn. Bijvoorbeeld door ze in tijd en plek te scheiden van elkaar. Werkzaamheden zijn al weken van tevoren bekend. Als we op een plek een torenkraan opbouwen, ontstaat er een hijsgebied. Dan kunnen ploegen daar niet werken. Iedereen weet dat ruim op tijd, dus heeft dan ook op tijd voorbereidingen kunnen treffen.”

De kraanmachinist
“Het is een uitdaging om een lading zo snel mogelijk te verplaatsen en zo stil mogelijk te laten hangen, zodat de mensen beneden er veilig mee kunnen werken,” zegt kraanmachinist Tom de Zeeuw. “Ik doe dit werk al 20 jaar. Vijftien jaar geleden mopperde ik als een lading een meter slingerde. Nu mopper ik op mezelf als dat 30 centimeter is.”

Voortdurend concentreren
Tom zit hoog in de kraan en verplaatst een betontrechter naar de mensen die bovenin de kern het beton storten. Hij vertelt dat je de geestelijke inspanning van zijn werk kunt vergelijken met autorijden op de snelweg. “Je moet voortdurend geconcentreerd werken en scherp zijn. Ik moet de lading tussen de mensen door navigeren en heb daarbij echt al mijn aandacht nodig.”

Vertrouwen op je onderbuikgevoel en ervaring
Tom geeft aan dat er hulpmiddelen zijn waar hij mee werkt. “Beneden staat een hijsbegeleider met een portofoon die zegt hoeveel de lading nog moet zakken. Ik heb een plattegrond met wandnummers, dat is ook handig voor de navigatie. Verder zit er op de kraan een camera waarmee ik kan in- en uitzoomen. Die camera is een hulpmiddel om te corrigeren en te navigeren. Je moet niet blindvaren op deze middelen, maar vertrouwen op je onderbuikgevoel en ervaring.”

Het hoogste punt van de kern is nu nagenoeg bereikt. Tom, lachend: “Ik kan de mensen bij wijze van spreken bijna een hand geven.”

De bouwplaatsmanager
Willem van Dienst is bouwplaatsmanager: “De grootste uitdaging van dit project is zorgen dat iedereen vertelt wat hij gaat doen, en doet wat hij heeft verteld. In de breedste zin van het woord. Dus: wat ga ik doen en met wie, hoe ga ik het doen, waarmee doe ik het, en vooral: hoe doe ik het veilig? Mijn belangrijkste taak is om dit soepel te laten verlopen en er toezicht op te houden.”

Flexibiliteit
Willem zegt dat de bouwers flexibel om moeten kunnen gaan met hun vakmanschap en met de onderlinge samenwerking. “Je moet je werk doen op het moment dat het nodig is. Dat is soms op de afgesproken tijd, soms niet. Als het flink waait, ligt het werk misschien een paar uur stil. Daar moet je op kunnen inspelen. Storten we beton op een bepaalde plek, dan kun je daar geen betonwapening vlechten. Dan moet je flexibel zijn, en op een andere plek vlechten.”

Goede voorbereiding
Willem wordt er blij van als alles in een keer goed gaat. “Tot nu goed gaat alles goed omdat we veel tijd en aandacht hebben besteed aan de voorbereiding van het bouwen. Het bouwen van de kern gaat door, 24 uur per dag, zeven dagen per week. Dus als er een probleem is, moet je direct schakelen en vooral doorgaan.”

Unieke manier van bouwen
“Onze manier van bouwen is uniek, met een glijbekisting”, vertelt Willem. Hij legt uit hoe dat werkt: “We hebben eerst een fundering gestort. Uit die fundering komen wapeningsstekken en daartussen plaatsen we klimstaven. Aan de klimstaven wordt vervolgens een hydraulisch systeem bevestigd dat elke keer de bekisting omhoog tilt. We gaan zo steeds in stapjes van 2,5 tot 3 centimeter omhoog. In een makkelijke fase doen we dat iedere tien minuten. In een complexere situatie - bijvoorbeeld bij het plaatsen van vloerranden - duurt dat wat langer. We hebben berekend dat we in 24 uur 2.40 meter kunnen klimmen. Dat is gemiddeld 10 centimeter per uur.”

Willem wordt ook blij als het team met de glijbekisting het tempo haalt wat is bedacht. “Daar haal ik veel energie uit. We hebben immers van tevoren veel geïnvesteerd in een goede voorbereiding. En dat betaalt zich uit op het moment dat je merkt dat het inderdaad werkt.”

Tot slot vertelt Willem over de volgende stap, als het hoogste punt van de kern is bereikt. “Dan starten we met de staalconstructie. We plaatsen op de begane grondvloer kolommen en over die kolommen komen liggers. Die sluiten we vervolgens aan op de kern. De kern bepaalt de stabiliteit van het EMA gebouw.”

De voorman van de glijbouw
Erwin Weis werkt bovenop de kern en is voorman van de glijbouw. Wij spraken hem even kort tijdens zijn werk: “Ik verdeel het werk onder de mensen, zodat we kunnen klimmen met de bekisting. Denk daarbij aan beton storten, betonwapening vlechten, stalen ankers plaatsen en het bedienen van het hydraulische systeem. De kraanmachinist zorgt er vervolgens voor dat de betontrechter op de juist plek komt te hangen en dat we met een slang - die aan die trechter zit - beton rondom de bekisting kunnen storten. Daarbij moeten we uiteraard goed rekening houden met de vele openingen en stalen platen die nodig zijn om straks het gebouw te kunnen bouwen.”